Vervolgens legt hij uit welke type agressieve klanten er zijn en hoe de spanning bij hen op kan lopen. Zo heb je allereerst de gefrustreerde klant. Die klant moppert over de situatie, bijvoorbeeld over de benzineprijzen, de mondkapjes of het coronabeleid. “Bij die klant is het belangrijk om begrip te tonen”, vertelt de trainer. “Dus: vervelend dat u het zo ervaart, ik snap het, ik begrijp het…”
Het tweede type klant is de witte boorden-agressor. Dit zijn klanten die vaak veel geld hebben en daardoor denken dat zij meer zijn dan de rest. “Dat zijn de ergste”, zegt een van de deelnemers. “Dat zijn klanten die zeggen: doe mijn broodje even eerst, want ik heb haast.” Hoe begrens je dat op een goede manier? “Dit doe je door eerst duidelijk te maken dat het gedrag van de klant moet stoppen”, legt de trainer uit. “Vervolgens benoem je zo letterlijk mogelijk waar je je aan stoort. Daarna geef je de klant een keuze. Tot slot ben je stil, zodat de klant een keuze kan maken.” In dit geval is dat dus: ‘Ik zie dat u de rij voorbij loopt. Ik ga u nu niet helpen, want andere klanten zijn eerst. Maar als u achteraan sluit, dan help ik straks zo snel mogelijk.’ De klant heeft dan zelf de keuze om achteraan te sluiten of om de zaak te verlaten.
Tot slot kunnen medewerkers te maken krijgen met klanten die agressief zijn ‘op de persoon’. Dit zijn klanten die dreigen, discrimineren, schelden, spugen of seksueel intimeren. “Dat gedrag moet gewoon stoppen”, zegt de trainer. “Die klanten verdienen geen tweede kans.”