Om aan goed crisismanagement te kunnen doen moet zowel de inzet van het CMT als de inzet van de BHV'ers geoefend worden. Het is zeker aan te raden die inzet vast te leggen in protocollen en duidelijk afspraken te maken over zaken als: wat doet BHV, wat doet CMT? Wanneer moet het CMT geïnformeerd worden: als iemand onwel wordt, een hartinfarct krijgt, als er tien man flauwvallen? Wie beslist er tot ontruiming, BHV of CMT?
Weten wat je in welk scenario moet doen, geeft rust. Die rust krijg je ook door regelmatig te oefenen, CMT samen met BHV. Zo’n oefening begint bijvoorbeeld met een klein brandje en groeit uit tot een regelrechte calamiteit.
Als de brandweer naar huis is, en de oefening ook voor de BHV’ers klaar is, moet het CMT nog even door: de pers heeft nog talloze vragen, op social media is het commentaar niet van de lucht, de productie moet weer worden opgestart: er moet een nieuwe locatie en productiemiddelen worden geregeld, vragen van medewerkers moeten worden beantwoord, er moet een nazorgplan komen voor de mensen die bij de ramp betrokken waren en de verzekering moet worden geregeld. Allemaal zaken die bij een echte crisis zullen terugkomen en die absoluut moeten worden geoefend, wil je er in een crisissituatie goed mee om kunnen gaan.
Voor alle stappen in het crisismanagement proces kun je plannen maken en processen beschrijven. Die bedrijfscontinuïteitsprocessen kun je prioriteren zodat je als CMT weet wat je na de calamiteit als eerste moet oppakken en wat later: het zemen van de ramen kan wachten, factureren niet.